This website uses cookies

Read our Privacy policy and Terms of use for more information.

We zijn een weekje weg met ons kampeerbusje en ook dan gaat de krachttraining door, hier op Terschelling lekker buiten. Het voelt anders, deze keer. Niet alleen fysiek, want ondertussen 24 kilo lichter, maar vooral mentaal. Je zou denken: positief. Maar dat is het niet. Het is confronterend. En dat stemt me verdrietig, maar ook strijdbaar.

Stemmen

Ik sta buiten te trainen, op de camping. Ik ga niet midden op het veld staan, maar ben wel zichtbaar voor medekampeerders. Het voelt in eerste instantie goed, positief. Ik voel me fit en sterk, kan mijn oefeningen goed uitvoeren en ben trots dat ik er ook in mijn vakantie voor kies om aan mijn gezondheid te werken. Er loopt een meneer langs. Hij zegt iets over goed bezig en ik lach. Het voelt relevant, het plaatje klopt; ik voel me gezond en zo zie ik er voor de buitenwereld ook uit. Dus het is een passend plaatje. En toch voelt het ineens niet oké.

Mijn gedachten gaan terug. Vierentwintig kilo terug, om precies te zijn. Ook toen trainde ik op vakantie regelmatig buiten. Zoveel mogelijk uit het zicht en vaak met negatieve stemmen in mijn hoofd. Die stemmen waren gebaseerd op eigen ervaringen, wat ik in de media las en hoorde van anderen. Over beschimpt worden, omdat iemand van mening was dat je vanaf een bepaald gewicht niet in croptop zou moeten trainen. Of haatdragende reacties op de grote-maten-collectie van een bekend sportmerk. Opmerkingen over meedeinende grote borsten tijdens het hardlopen, of hierbij knorrende dierengeluiden maken. In gedachten hoorde ik voorbijgangers opmerkingen maken over mijn oefeningen. En al is dat in werkelijkheid nooit gebeurd, de negatieve gedachten waren er.

Blijkbaar moet je als zwaarder persoon leven met schaamte en schuldgevoel. Je dient je lichaam te verstoppen, opdat anderen er geen aanstoot aan nemen. Er is een grens waarboven je je niet comfortabel mag voelen tijdens het sporten. En je kunt het nooit goed doen. Hoe vaak wordt niet geroepen dat je met je overgewicht ‘gewoon wat meer moet bewegen’? Maar doe je dat, dan word je niet voor vol aangezien.

Beter mens?

Dat stemt verdrietig, maar ook strijdbaar. Want al heb ik volgens weegschaal en meetlint geen obesitas meer, ik wil blijven vechten voor gelijkwaardigheid. Wat de weegschaal aangeeft definieert iemand niet als persoon. Ik ben nu niet meer waard dan een jaar geleden. Het is fijn dat ik kansen heb gekregen en gegrepen om op een constructieve manier te werken aan mijn gezondheid. Dat het lukt om af te vallen, waardoor een gezond gewicht in beeld komt. Maar dat maakt mij als persoon geen beter mens.

Jouw verhaal is jouw verhaal. Aan je gezondheid werken is altijd goed. Als het daarvoor nodig is om af te vallen: doen! Lukt het je niet alleen? Zoek hulp! Maar doe het voor jezelf, voor een fit lijf, om de dingen te doen en blijven doen die jouw leven de moeite waard maken. Aan alle anderen: behandel je medemens zoals je wilt dat je moeder, broertje, beste vriendin behandeld wordt. Geen mens wordt beter van jouw hoon of haat, ook jijzelf niet.