Wanneer een zorgverlener een meetlint om je middel legt, is dat geen willekeurige handeling. Het is een bewuste keuze, gebaseerd op groeiend wetenschappelijk bewijs: wáár vet in je lichaam zit, zegt meer over je gezondheid dan hoeveel je weegt.
Wat is visceraal vet?
Vet in je lichaam zit niet allemaal op dezelfde plek en heeft ook niet overal hetzelfde effect. Het vet dat je kunt vastpakken onder je huid, het zogenaamde onderhuids vet, is relatief onschuldig. Anders is dat met visceraal vet. Dat is het vet dat diep in de buikholte ligt, rondom je organen zoals de lever, de maag en de darmen.
Visceraal vet is niet zomaar een opslagplaats. Het is actief weefsel dat stoffen afgeeft die ontstekingen bevorderen, de bloedsuikerregulatie verstoren en de bloeddruk beïnvloeden. Hoe meer visceraal vet, hoe groter de belasting op je hart en bloedvaten, je stofwisseling en je algehele gezondheid.
Hoe wordt visceraal vet gemeten?
De buikomvang is de meest toegankelijke methode in de dagelijkse praktijk. Nauwkeuriger, maar minder beschikbaar, zijn de DEXA-scan (een soort röntgenonderzoek dat lichaamssamenstelling in kaart brengt) en de CT-scan. Ook de Visceral Adiposity Index, een berekening op basis van buikomvang, BMI, bloedvetten en bloedsuiker, is een erkend instrument voor het inschatten van cardiometabool risico.
Wat is er mis met BMI?
De Body Mass Index, ofwel BMI, deelt je gewicht door je lengte in het kwadraat. Het is een eenvoudige berekening die al decennia wordt gebruikt om overgewicht en obesitas in kaart te brengen. Handig, want het is snel en vereist geen apparatuur. Maar het heeft een fundamenteel probleem: het zegt niets over waar dat gewicht vandaan komt.
Iemand met veel spiermassa kan een hoge BMI hebben zonder enig verhoogd gezondheidsrisico. En iemand met een volkomen "normale" BMI kan tegelijkertijd een gevaarlijk hoge hoeveelheid visceraal vet hebben. Juist die laatste groep loopt risico dat wordt gemist.
Een weegschaal vertelt je hoeveel je weegt. Niet wat er aan de hand is.
Wat zegt het onderzoek?
De wetenschappelijke onderbouwing voor visceraal vet als betere voorspeller van gezondheidsrisico's is stevig. Een grote Amerikaanse studie onder bijna 16.000 volwassenen liet zien dat mensen met veel visceraal vet een aanzienlijk hogere kans hadden op overlijden door hart en vaatziekten, terwijl mensen met overgewicht of lichte obesitas op basis van BMI juist een lager sterftecijfer lieten zien. Dat is een opvallende uitkomst die laat zien hoe misleidend BMI als maatstaf kan zijn.
2,9x
Hogere kans op overlijden door hart en vaatziekten bij veel visceraal vet, vergeleken met weinig visceraal vet
+48%
Verhoogd risico op coronaire hartziekte per eenheid toename visceraal vet, onafhankelijk van BMI
Sterkst
Gezondheidsrisico van visceraal vet is het meest uitgesproken bij mensen met een normaal BMI
Een andere studie, waarbij de gegevens van meer dan 500.000 mensen werden geanalyseerd, bevestigde een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen visceraal vet en het risico op een hartaandoening, volledig los van het BMI. En onderzoek op basis van de UK Biobank toonde aan dat de gezondheidsrisico's van visceraal vet het sterkst waren bij mensen met een normaal BMI. Juist bij hen zou je het risico anders nooit opmerken.
Bij vrouwen blijkt visceraal vet bovendien een veel sterkere voorspeller van hart en vaataandoeningen dan bij mannen, terwijl BMI bij vrouwen juist minder zegt dan bij mannen. Dat maakt het meten van visceraal vet zeker voor vrouwen extra relevant.
Waarom meet een zorgprofessional je buikomvang?
Visceraal vet direct meten is niet eenvoudig. De meest nauwkeurige methode is een CT-scan, die een gedetailleerd beeld geeft van de vetverdeling rondom de organen. Onderzoek laat zien dat CT-metingen van visceraal vet aanzienlijk beter voorspellen wie risico loopt op een ernstige leveraandoening dan BMI alleen. Maar een CT-scan is kostbaar, belastend en niet geschikt als standaard meetinstrument in de spreekkamer.
Daarom gebruiken zorgprofessionals de buikomvang als praktische benadering. Het is geen perfecte meting, maar het is de beste indicator die snel en zonder apparatuur beschikbaar is. Volgens de Nederlandse richtlijnen voor overgewicht en obesitas wordt een buikomvang van 94 centimeter of meer bij mannen, en 80 centimeter of meer bij vrouwen, al geassocieerd met een verhoogd cardiovasculair risico. Boven de 102 centimeter bij mannen en 88 centimeter bij vrouwen loopt dat risico verder op.
Een gemiste kans in het huidige zorgsysteem
Het is dan ook jammer dat vergoedingen voor behandelingen als afslankmedicatie in Nederland nog steeds primair gebaseerd zijn op BMI-categorie. Iemand met een BMI net onder de grens voor vergoeding kan ondertussen een sterk verhoogde hoeveelheid visceraal vet hebben en daarmee een serieus gezondheidsrisico lopen dat onbehandeld blijft. Omgekeerd kan iemand met een hoog BMI maar weinig visceraal vet minder risico lopen dan de BMI doet vermoeden.
BMI als enige drempel voor toegang tot vergoede zorg is een administratieve keuze, geen medische. En die keuze heeft gevolgen voor mensen die wel degelijk baat zouden hebben bij behandeling, maar op basis van één getal buiten de boot vallen.
Iemand die op papier een gezond gewicht heeft, kan toch ernstig risico lopen. Dat verdient een betere maatstaf.
De hoop is dat er in de toekomst een rekenmodel ontwikkeld wordt dat meerdere factoren combineert: buikomvang, vetverdeling, bloedwaarden, geslacht en leeftijd. Een model dat niet kijkt naar wat de weegschaal zegt, maar naar wat er werkelijk in het lichaam gebeurt. Dat zou recht doen aan de daadwerkelijke gezondheidssituatie van de persoon, en aan de wetenschappelijke kennis die we inmiddels hebben.
Bronnen:
Zhao, M., Chen, H., Zhang, Q., Zhao, T., Xu, C., Yin, B., Bu, Z., Xu, N., Liu, X., Zhao, H., Huang, W., Pan, K., Chen, X., Deng, L., & Shi, H. Revisiting the obesity paradox: visceral fat distribution outperforms BMI in predicting mortality and cardiometabolic risk. International Journal of Surgery. Advance online publication. https://doi.org/10.1097/JS9.0000000000004912
Porcheddu, T., Petretto, G., İsgender, M., Bilotta, F., Merella, P., Talanas, G., Casu, G., & Navarese, E. P. (2024). Causal association between visceral fat and coronary artery disease: a large-scale mendelian randomization analysis. European Heart Journal. https://doi.org/10.1093/eurheartj/ehae666.1544
Makhmudova, U., Wild, B., Williamson, A., Steinhagen-Thiessen, E., Langenberg, C., Eils, R., Landmesser, U., & Sannino, A. Visceral adipose tissue, aortic distensibility and atherosclerotic cardiovascular risk across body mass index categories. European Journal of Preventive Cardiology, zwaf447. Advance online publication. https://doi.org/10.1093/eurjpc/zwaf447
Mongraw-Chaffin, M., Saldana, S., Carnethon, M. R., Chen, H., Effoe, V. S., Golden, S. H., Joseph, J. J., Kalyani, R. R., Norwood, A., & Bertoni, A. G. (2018). Abstract P061: Determinants of incident metabolic syndrome and type 2 diabetes in normal weight: The Jackson Heart Study. Circulation. https://doi.org/10.1161/circ.137.suppl_1.p061
Kammerlander, A., Lyass, A., Mahoney, T., Massaro, J. M., Long, M. T., Ramachandran, V. S., & Hoffmann, U. (2020). Abstract 14724: Sex differences in the associations of visceral adipose tissue and cardiometabolic and cardiovascular disease risk: The Framingham Heart Study. Circulation. https://doi.org/10.1161/circ.142.suppl_3.14724
Nederlands Huisartsen Genootschap. (z.d.). Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen. Geraadpleegd op 26 mei 2026, van https://richtlijnen.nhg.org/multidisciplinaire-richtlijnen/obesitas
Richtlijnendatabase. (z.d.). Overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen. Geraadpleegd op 26 mei 2026, van https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/overgewicht_en_obesitas_bij_volwassenen_en_kinderen
Xu, L., Chen, T., Xie, Y., Xiang, X., Liu, Y., Xu, C., & Wang, S. CT-assessed abdominal visceral adiposity and MASLD: a sex-stratified cross-sectional analysis. Frontiers in Nutrition, 13, 1750470. https://doi.org/10.3389/fnut.2026.1750470
Yuri, G., Santillana, N., Soto, L., Pereira, A., Corvalán, C., & Cifuentes, M. Association between metabolic and endocrine parameters with visceral adiposity index-defined adipose tissue dysfunction in young adult males. Journal of Obesity, 2026(1), e5233463. https://doi.org/10.1155/jobe/5233463

