1.1 Spijsvertering en stofwisseling
Voedsel is van mond tot anus gemiddeld 24 tot 48 uur onderweg. Het wordt mechanisch verwerkt door kauwen en kneden, en chemisch door enzymen en hormonen.
In de mond malen tanden en kiezen het voedsel fijn en maakt speeksel het verteerbaar. Via de slokdarm bereikt het de maag, waar spieren de inhoud kneden en maagzuur bacteriën doodt. Vanuit de maag stroomt de voedselbrij de dunne darm in, waar voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed. In de dikke darm wordt water onttrokken en vormt zich de ontlasting.
Dat je lichaam weet wanneer het genoeg heeft, of juist weer honger krijgt, is geen kwestie van wilskracht. Het is scheikunde. Een reeks hormonen stuurt voortdurend signalen tussen darmen, hersenen en alvleesklier. De belangrijkste op een rij:
Leptine wordt aangemaakt door vetweefsel en vertelt de hersenen hoeveel energiereserves er zijn. Het remt honger.
Ghreline is het hongerhormoon. Het stijgt voor een maaltijd en daalt erna.
GLP-1 vertraagt de maaglediging, onderdrukt de eetlust en stimuleert de insulineproductie.
PYY versterkt het verzadigingsgevoel.
Insuline zorgt dat glucose de cellen in kan en bevordert een gevoel van verzadiging.
Glucagon geeft de lever het signaal om glucose af te geven als het bloedsuiker daalt, én stuurt een signaal naar de hersenen om eerder te stoppen met eten.
CCK, amyline en secretine spelen elk hun eigen rol in de vertering en het verzadigingsgevoel.
Samen vormen deze hormonen een ingewikkeld communicatienetwerk dat zowel de spijsvertering als de energiebalans reguleert. Je hebt er zelf weinig bewuste controle over.
1.2 Overgewicht en obesitas
Lichaamsgewicht wordt ingedeeld op basis van de Body Mass Index (BMI): een berekening op basis van lengte en gewicht. Een BMI tussen 25 en 30 geldt als overgewicht. Daarboven spreken we van matige (30-35), ernstige (35-40) of zeer ernstige obesitas (boven de 40).
BMI alleen vertelt niet het hele verhaal. Veel buikvet vergroot het risico op hart- en vaatziekten, ook als de BMI verder normaal is. Steeds meer specialisten kijken daarom ook naar vetverdeling en algehele gezondheid, niet alleen naar het getal op de weegschaal.
Obesitas verhoogt het risico op diabetes type 2, hart- en vaatziekten, slaapapneu, gewrichtsklachten, bepaalde vormen van kanker en psychische klachten zoals depressie. Hoe hoger het gewicht en hoe ongunstiger de vetverdeling, hoe groter dat risico.
Wat veel mensen niet weten: obesitas gooit het hormonale systeem dat honger en verzadiging reguleert behoorlijk in de war. Het hongerhormoon ghreline blijft chronisch verhoogd. De hersenen worden tegelijkertijd minder gevoelig voor verzadigingssignalen. En vetcellen produceren wel veel leptine, maar het lichaam reageert er steeds minder op. Het gevolg: je lichaam registreert zijn eigen energiereserves niet meer goed.
Na gewichtsverlies verdedigt het lichaam bovendien het vroegere gewicht. Het basaalmetabolisme daalt, ghreline stijgt en verzadigingshormonen nemen af. De foodnoise neemt toe. Dit is een biologisch beschermingsmechanisme, evolutionair nuttig in tijden van schaarste, maar in een wereld vol voedseloverschot werkt het averechts. Het verklaart waarom terugval na afvallen zo vaak voorkomt, en waarom obesitas als chronische aandoening vraagt om meer dan alleen een dieet.
In 2023 had 16 procent van alle Nederlanders van 20 jaar en ouder obesitas, tegen 5 procent begin jaren tachtig. Ook de ernstigere vormen nemen toe: van 1 naar 4 procent. Dat zijn geen kleine verschuivingen.
Wat zeggen die cijfers? Niet dat mensen ineens minder wilskracht hebben. De wereld om ons heen is veranderd, en ons lichaam reageert daarop. Dat verdient aandacht, geen oordeel.

Obesitas wordt drie keer zo vaak vastgesteld als veertig jaar geleden. In 2023 had 16 procent van alle Nederlanders van 20 jaar en ouder obesitas, tegen 5 procent begin jaren tachtig. Ook de ernstigere vormen nemen toe: van 1 naar 4 procent. Dat zijn geen kleine verschuivingen.
Wat zeggen deze cijfers eigenlijk? Niet dat mensen ineens minder wilskracht hebben gekregen. De wereld om ons heen is veranderd, en ons lichaam reageert daarop. Dat verdient aandacht, geen oordeel.
De cijfers komen uit de Gezondheidsenquête van het CBS en het RIVM, gemeten over meer dan veertig jaar. Ze laten zien dat obesitas een groeiend vraagstuk is, en dat meer mensen baat hebben bij goede begeleiding en eerlijke informatie.
1.3 Gezond gewicht en afvallen
Bij een BMI tussen 18,5 en 25 spreken we van een normaal gewicht. Mensen in dit bereik hebben de minste gewichtsgerelateerde risico's en de meeste kans op een lang, gezond leven.
Mensen met obesitas leven gemiddeld 2 tot 4 jaar korter dan mensen met een normaal gewicht. Bij ernstige obesitas kan dat verschil oplopen tot 8 à 10 jaar. Ook het aantal jaren dat je je goed voelt, neemt af.
Het goede nieuws: gezondheidswinst begint al bij bescheiden gewichtsverlies. Afvallen van obees naar overgewicht is al geassocieerd met een fors lager risico op vroegtijdig overlijden. Slaapapneu vermindert, gewrichtsklachten nemen af, net als het hart- en vaatrisico. Elke kilogram minder telt.
Bronnen
Centraal Bureau voor de Statistiek & Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2023). Gezondheidsenquête.CBS/RIVM.
Coate, K. C., Hernandez, G., Shepard, B. D., Smith, J. A., & Bhatt, D. L. (2014). SnapShot: Hormones of the gastrointestinal tract. Cell, 159(5), 1200–1200.e1. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25480303/
Fekri, N., Bhatt, D. L., & Bhatt, D. L. (2019). Association of body mass index with life expectancy with and without cardiovascular disease. International Journal of Obesity, 43(9), 1832–1840. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/31591485/
Jia, H., & Lubetkin, E. I. (2016). Population-based estimates of decreases in quality-adjusted life expectancy associated with unhealthy body mass index. Public Health Reports, 130(2), 146–156. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26843684/
Lung, T., Jan, S., Tan, E. J., Killedar, A., & Hayes, A. (2018). Impact of overweight, obesity and severe obesity on life expectancy of Australian adults. International Journal of Obesity, 43(4), 782–789. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30283076/
Miedzybrodzka, E. L., Gribble, F. M., & Reimann, F. (2022). The enteroendocrine system in obesity. Handbook of Experimental Pharmacology, 274, 235–258. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35419621/
Nederlands Huisartsen Genootschap. (2025). NHG-Standaard Obesitas (aanpassing december 2025). https://richtlijnen.nhg.org
Partnerschap Overgewicht Nederland. (2023). Multidisciplinaire richtlijn overgewicht en obesitas bij volwassenen en kinderen. https://richtlijnendatabase.nl
Ricardo-Silgado, M. L., McRae, A., & Acosta, A. (2021). Role of enteroendocrine hormones in appetite and glycemia. Obesity Medicine, 24, 100342. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34179564/
Schubert, M. L., & Makhlouf, G. M. (2008). Hormonal regulation of gastric acid secretion. Current Gastroenterology Reports, 10(6), 523–527. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19006605/
Steensma, C., Loukine, L., & Choi, B. C. (2013). Comparing life expectancy and health-adjusted life expectancy by body mass index category in adult Canadians: a descriptive study. Population Health Metrics, 11(1), 21. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24252500/
Stenholm, S., Head, J., Aalto, V., Kivimäki, M., Kawachi, I., & Vahtera, J. (2017). Body mass index as a predictor of healthy and disease-free life expectancy between ages 50 and 75: a multicohort study. International Journal of Obesity, 41(5), 769–775. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28138135/
Tack, J., Verbeure, W., Maturin, P., Vanden Berghe, P., & Deloose, E. (2021). The gastrointestinal tract in hunger and satiety signalling. United European Gastroenterology Journal, 9(6), 727–734. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34153172/
Van Niekerk, G., Pool, R., & Engelbrecht, A. M. (2024). Cholecystokinin and gastrin as immune modulating hormones: implications and applications. Cytokine & Growth Factor Reviews, 76, 88–95. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39580238/
Voedingscentrum. (2026, 25 mei). Spijsvertering. https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/spijsvertering.aspx
Xie, W., Lundberg, D. J., & Rosen, A. B. (2020). Association of weight loss between early adulthood and midlife with all-cause mortality risk in the US. JAMA Network Open, 3(6), e2011448. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/32797174/

